Corrupt leaders feast at a city gate while humble families share bread and look toward Zion

Psalmen 53

De Heilige Schrift 1917
Hoofdstukoverzicht
Psalm 53 beschrijft praktisch atheïsme door corrupt gedrag, universeel falen, en uitbuiting van kwetsbare mensen. Toch overweldigt paniek onrechtvaardige macht, en de lijdende gemeenschap blijft verlangen naar herstel dat aankomt vanuit Sion.
DwaasheidCorruptieArmenHerstel
1Een onderwijzing van David, voor den opperzangmeester, op Machalath. (53:2) De dwaas zegt in zijn hart: Er is geen God; zij verderven het, en zij bedrijven gruwelijk onrecht; er is niemand, die goed doet.
2(53:3) God heeft uit den hemel nedergezien op de mensenkinderen, om te zien, of iemand verstandig ware, die God zocht.
3(53:4) Een ieder van hen is teruggekeerd, te zamen zijn zij stinkende geworden, er is niemand, die goed doet, ook niet een.
4(53:5) Hebben dan de werkers der ongerechtigheid geen kennis, die Mijn volk opeten, alsof zij brood aten? Zij roepen God niet aan.
5(53:6) Aldaar zijn zij met vervaardheid vervaard geworden, waar geen vervaardheid was; want God heeft de beenderen desgenen, die u belegerde, verstrooid; gij hebt hen beschaamd gemaakt, want God heeft hen verworpen.
6(53:7) Och, dat Israels verlossingen uit Sion kwamen! Als God de gevangenen Zijns volks zal doen wederkeren, dan zal zich Jakob verheugen, Israel zal verblijd zijn.

De Heilige Schrift 1917 — Public Domain. Where these translations come from.