A boastful official threatens a family while a faithful man stands beside a green olive tree

Psalmen 52

De Heilige Schrift 1917
Hoofdstukoverzicht
Psalm 52 confronteert een machtige verklikker die zich beroemt op schade, bedrog en gestolen veiligheid. Verwoestende spraak zal niet duren, terwijl de trouwe persoon groeit als een olijfboom door standvastig vertrouwen en dankbaar publiek getuigenis.
BedrogVertrouwenOordeelDankzegging
1Een onderwijzing van David, voor den opperzangmeester. (52:2) Als Doeg, de Edomiet, gekomen was, en Saul te kennen gegeven, en tot hem gezegd had: David is gekomen ten huize van Achimelech. (52:3) Wat beroemt gij u in het kwaad, o gij geweldige? Gods goedertierenheid duurt toch den gansen dag.
2(52:4) Uw tong denkt enkel schade als een geslepen scheermes, werkende bedrog.
3(52:5) Gij hebt het kwade liever dan het goede, de leugen, dan gerechtigheid te spreken. Sela.
4(52:6) Gij hebt lief alle woorden van verslinding, en een tong des bedrogs.
5(52:7) God zal u ook afbreken in eeuwigheid; Hij zal u wegrapen en u uit de tent uitrukken; ja, Hij zal u uitwortelen uit het land der levenden. Sela.
6(52:8) En de rechtvaardigen zullen het zien, en vrezen; en zij zullen over hem lachen, zeggende:
7(52:9) Ziet den man, die God niet stelde tot Zijn Sterkte, maar vertrouwde op de veelheid zijns rijkdoms; hij was sterk geworden door zijn beschadigen.
8(52:10) Maar ik zal zijn als een groene olijfboom in Gods huis; ik vertrouw op Gods goedertierenheid eeuwiglijk en altoos.
9(52:11) Ik zal U loven in eeuwigheid, omdat Gij het gedaan hebt; en ik zal Uw Naam verwachten; want hij is goed voor Uw gunstgenoten.

De Heilige Schrift 1917 — Public Domain. Where these translations come from.