An elder advocates for poor families and children before wealthy, indifferent judges in an ancient court

Psalmen 82

De Heilige Schrift 1917
Hoofdstukoverzicht
Psalm 82 klaagt heersers aan die de goddelozen bevoordelen terwijl de zwakken, wezen, armen en onderdrukten kwetsbaar blijven. Hun onrecht schudt de fundamenten van de samenleving, een beroep uitlokkend dat de ware rechter de juiste orde herstelt.
GerechtigheidKwetsbarenOordeelLeiderschap
1Een psalm van Asaf. God staat in de vergadering Godes; Hij oordeelt in het midden der goden;
2Hoe lang zult gijlieden onrecht oordelen, en het aangezicht der goddelozen aannemen? Sela.
3Doet recht den arme en den wees; rechtvaardigt den verdrukte en den arme.
4Verlost den arme en den behoeftige, rukt hem uit der goddelozen hand.
5Zij weten niet, en verstaan niet; zij wandelen steeds in duisternis; dies wankelen alle fondamenten der aarde.
6Ik heb wel gezegd: Gij zijt goden; en gij zijt allen kinderen des Allerhoogsten;
7Nochtans zult gij sterven als een mens; en als een van de vorsten zult gij vallen.
8Sta op, o God! oordeel het aardrijk, want Gij bezit alle natien.

De Heilige Schrift 1917 — Public Domain. Where these translations come from.