
Psalmen 108
De Heilige Schrift 1917
Hoofdstukoverzicht
Psalm 108 verenigt ontwaakte lof met vertrouwen temidden van conflict. Het standvastige hart zingt onder naties, herinnert beloften over omringende landen, verwerpt louter menselijke redding, en vertrouwt hulp voorbij militaire kracht.
LofVertrouwenNatiesOverwinning
1Een lied, een psalm van David. (108:2) O God! mijn hart is bereid; ik zal zingen en psalmzingen, ook mijn eer.
2(108:3) Waak op, gij luit en harp! ik zal in den dageraad opwaken.
3(108:4) Ik zal U loven onder de volken, o HEERE! en ik zal U psalmzingen onder de natien.
4(108:5) Want Uw goedertierenheid is groot tot boven de hemelen, en Uw waarheid tot aan de bovenste wolken.
5(108:6) Verhef U, o God! boven de hemelen, en Uw eer over de ganse aarde.
6(108:7) Opdat Uw beminden bevrijd worden; geef heil door Uw rechterhand, en verhoor ons.
7(108:8) God heeft gesproken in Zijn heiligdom, dies zal ik van vreugde opspringen; ik zal Sichem delen, en het dal van Sukkoth zal ik afmeten.
8(108:9) Gilead is mijn, Manasse is mijn, en Efraim is de sterkte mijns hoofds; Juda is mijn wetgever.
9(108:10) Moab is mijn waspot; op Edom zal ik mijn schoen werpen; over Palestina zal ik juichen.
10(108:11) Wie zal mij voeren in een vaste stad? Wie zal mij leiden tot in Edom?
11(108:12) Zult Gij het niet zijn, o God! Die ons verstoten hadt, en Die niet uittoogt, o God! met onze heirkrachten?
12(108:13) Geef Gij ons hulp uit de benauwdheid; want des mensen heil is ijdelheid.
13(108:14) In God zullen wij kloeke daden doen, en Hij zal onze wederpartijders vertreden.
De Heilige Schrift 1917 — Public Domain. Where these translations come from.