Jonah kneels in prayer inside the shadowed great fish as seaweed and deep water surround him and warm light descends from above

Jona 2

De Heilige Schrift 1917
Hoofdstukoverzicht
Vanuit het binnenste van de vis vertelt Jona hoe hij wegzonk in de diepten, omringd door golven en zeewier en de dood nabij. Hij herinnert de Heer en richt gebed naar de tempel, ijdele afgoden zettend tegenover standvastige barmhartigheid. Jona belooft dankzegging, verklaart dat redding aan God toebehoort, en wordt bevrijd.
GebedBevrijdingDankzeggingRedding
1En Jona bad tot den HEERE, zijn God, uit het ingewand van den vis.
2En hij zeide: Ik riep uit mijn benauwdheid tot den HEERE, en Hij antwoordde mij; uit den buik des grafs schreide ik, en Gij hoordet mijn stem.
3Want Gij hadt mij geworpen in de diepte, in het hart der zeeen, en de stroom omving mij; al Uw baren en Uw golven gingen over mij henen.
4En ik zeide: Ik ben uitgestoten van voor Uw ogen; nochtans zal ik den tempel Uwer heiligheid weder aanschouwen.
5De wateren hadden mij omgeven tot de ziel toe, de afgrond omving mij; het wier was aan mijn hoofd gebonden.
6Ik was nedergedaald tot de gronden der bergen; de grendelen der aarde waren om mij henen in eeuwigheid; maar Gij hebt mijn leven uit het verderf opgevoerd, o HEERE, mijn God!
7Als mijn ziel in mij overstelpt was, dacht ik aan den HEERE, en mijn gebed kwam tot U, in den tempel Uwer heiligheid.
8Die de valse ijdelheden onderhouden, verlaten hunlieder weldadigheid.
9Maar ik zal U offeren met de stem der dankzegging; wat ik beloofd heb, zal ik betalen. Het heil is des HEEREN.
10De HEERE nu sprak tot den vis; en hij spuwde Jona uit op het droge.
‹ Jona 1Jona 3 ›

De Heilige Schrift 1917 — Public Domain. Where these translations come from.