
Job 25
De Heilige Schrift 1917
Hoofdstukoverzicht
Bildad geeft een korte laatste toespraak over Gods heerschappij en de talloze legers van de hemel, voor wie vrede is gevestigd in de hoogten. Als zelfs de maan en de sterren niet zuiver zijn in Gods ogen, vraagt hij, hoe kan een mens, een worm geboren uit een vrouw, rechtvaardig zijn?
BildadGoddelijke heerschappijMenselijke zwakheidKosmos
1Toen antwoordde Bildad, de Suhiet, en zeide:
2Heerschappij en vreze zijn bij Hem, Hij maakt vrede in Zijn hoogten.
3Is er een getal Zijner benden? En over wien staat Zijn licht niet op?
4Hoe zou dan een mens rechtvaardig zijn bij God, en hoe zou hij zuiver zijn, die van een vrouw geboren is?
5Zie, tot de maan toe, en zij zal geen schijnsel geven; en de sterren zijn niet zuiver in Zijn ogen.
6Hoeveel te min de mens, die een made is, en des mensen kind, die een worm is!
De Heilige Schrift 1917 — Public Domain. Where these translations come from.