Two carpenters examine a charred grapevine branch beside strong cedar beams in a plain workshop

Ezechiël 15

De Heilige Schrift 1917
Hoofdstukoverzicht
Het hout van een wijnstok is minder bruikbaar dan gewoon bosthout en wordt na verbranding volledig nutteloos. Door deze korte gelijkenis wordt Jeruzalem vergeleken met verschroeid wijnstokhout: overgegeven omdat aanhoudende ontrouw het onbekwaam heeft gemaakt zijn doel te vervullen.
WijnstokJeruzalemTrouwOordeel
1En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:
2Mensenkind, wat is het hout des wijnstoks meer dan alle hout, of de wijnrank meer dan dat onder het hout eens wouds is?
3Wordt daarvan hout genomen, om een stuk werk te maken? Neemt men daarvan een pin, om enig vat daaraan te hangen?
4Ziet, het wordt aan het vuur overgegeven, opdat het verteerd worde; het vuur verteert beide zijn einden, en zijn middelste wordt verbrand; zou het deugen tot een stuk werks?
5Ziet, toen het geheel was, werd het tot geen stuk werks gemaakt; hoeveel te min als het vuur dat verteerd heeft, zodat het verbrand is, zal het dan nog tot een stuk werks gemaakt worden?
6Daarom, alzo zegt de Heere HEERE: Gelijk als het hout des wijnstoks is onder het hout des wouds, hetwelk Ik aan het vuur overgeef, opdat het verteerd worde, alzo zal Ik de inwoners van Jeruzalem overgeven.
7Want Ik zal Mijn aangezicht tegen hen zetten; als zij van het ene vuur uitgaan, zal het andere vuur hen verteren; en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben, als Ik Mijn aangezicht tegen hen gesteld zal hebben.
8En Ik zal het land woest maken, omdat zij zwaarlijk overtreden hebben, spreekt de Heere HEERE.

De Heilige Schrift 1917 — Public Domain. Where these translations come from.